Restauratie Ruston
De stationaire Rustonmotor is gebouwd in het Engelse Lincoln. Bert Verbakel kocht
‘m in 1986 van de toenmalige eigenaar van de scheepswerf te Grave. De motor deed
vanaf 1928 dienst als aandrijver van een maalderij en heeft sinds de demontage uit
de maalderij niet meer gelopen. Bij de aankoop hoorde ook de originele reservezuiger
en de bus.
Waar moeste het vijf ton zware gevaarte ondergebracht worden? Bert bouwde een stenen
schuur aan de varkensstal, zonder het dak. Eerst werd de motor vanaf de vrachtwagen
de schuur in getild en op een speciaal vooraf gestort betonblok geplaatst. Toen
pas kon het dak erop.
Al snel kwam Bert tot de ontdekking dat de motor kapotgevroren was en dat ie helemaal
uit elkaar moest. Hij laste een pauze in van tien jaar. In 1998 stelde Bert de motor
in delen ten toon in het geopende museum. En in 2007 werd ie vervoerd naar de werkplaats,
nu voor restauratie.
De mannen begonnen met de bouw van een ijzeren frame van 1.5 ton. Vervolgens werd
het onderste deel van de Ruston op z’n kop op het frame gelegd. Toen was de kop
er al af en de scheur van een halve meter lengte aan de onderkant van de zuigerbus,
via koude-lastechniek gelast. Dit was een grote klus want koudlassen dient stukje
voor stukje te gebeuren en moet tussendoor goed gekoeld worden. Daarna werd het
plaatwerk van de motor en de onderdelen ontdaan van verfresten en in orde gemaakt.
Gelukkig waren zuigers, bussen, krukas en lagers nog goed en was een flinke schoonmaakbeurt
voldoende. Alle onderdelen plus de motor zijn gepolijst en door Bert geschilderd
of gespoten.
Toen kwam het moment om de Ruston weer op te bouwen. Het restauratieteam maakte
nieuwe pakkingen en nadat de steunlager op zijn plek lag, was het twee ton wegende
vliegwiel aan de beurt. Na montering van de lagerschalen begon het uitklokken. Want
de klok die met een magneet tussen de krukwangen wordt bevestigd, geeft op 1/100e
mm nauwkeurig aan of de drie lagers precies in dezelfde horizontale- en verticale
lijn liggen. Anders loopt de motor in een half uur kapot. Drie personen waren een
hele dag bezig om uit te klokken. Daarna werden de laatste onderdelen op de motor
gebouwd behalve de uitlaat, zuiger en de brandstofpomp. Anders was het geheel te
groot om te vervoeren. Verder werden alle leidingen vervangen, behalve de leiding
naar de brandstofpomp en de afvoerleiding naar de verstuiver. Na montage moest een
gedeelte weer gesloopt zodat het geheel niet te breed werd voor transport naar de
definitieve standplaats: het museum.
Vroeger maakte de motor waarschijnlijk gebruik van valwater om te koelen. Dat is
bij Bert niet haalbaar dus maakte hij een kunststofbak van duizend liter op het
frame naast de motor. De dieseltank heeft een inhoud van zestig liter en ziet er
van buiten onaangeroerd uit; binnenin is de tank vernieuwd met een polyetheentank
die nooit meer verslijt. Het aanbrengen van de verflijnen was een hele klus. Het
duurde twee volle dagen om de originele belijning uit te zetten. Toen was het schilderen
zo gebeurd.
Begin 2010 vervoerde het restauratieteam de Ruston naar zijn definitieve plek: het
museum. De motor kon precies door de deur van de werkplaats en wachtte op tientonse
wieltjes tot Mari van den Berg de vijftonner in de lepels van zijn Caterpillarloader
zette en naar het museum koerste. Bij de museumdeur werd de motor weer op zijn vertrouwde
wieltjes gezet en vervolgens duwde Bert de motor met een heftruck naar binnen. Het
kostte een halve dag passen en meten en honderdtachtig graden draaien voordat de
Ruston op zijn plek stond. Omdat zelfs een nieuwe vloer nooit helemaal vlak is werd
de motor met uiterste precisie op vier zware hoekplaten geplaatst. Het naklokken
vertelde dat het transportavontuur zelfs geen 1/100e mm verschil toonde.
Op zijn nieuwe stek voorzag Bert de brandstoftank van diesel, vulde de watertank
met duizend liter water en bracht de uitlaat door het dak naar buiten. Toen kwam
het spannendste moment: de motor te horen lopen! En dat klinkt u gegarandeerd als
muziek in de oren tijdens uw visite.
|